dinsdag, juli 04, 2006

Hanoi......brommertjes en Uncle Ho

De volgende dag ontwaken we in bruisend Hanoi! Wat een verandering weer t.o.v. de steden in Laos en Cambodja. We kunnen weer op de stoep lopen, hoeven niet over open riolen heen te stappen en genieten van mooie oude gebouwtjes en leuke straatjes. Op straat is het een chaos en geweldige drukte. Enorme aantallen brommertjes crossen hier door elkaar, we verwachten ieder moment dat er iemand wordt aangereden, maar het gaat steeds net goed. Vrouwtjes met rieten hoeden en 'draagmanden' lopen hun groenten en baguettes te verkopen. Op straat wordt gekookt en gewerkt; de stoep wordt op veel plekken als verlengstuk van de winkel of werkplaats gebruikt. Kleine kinderen lachen en wijzen naar ons en op elke hoek van de straat wordt ons 'transport' aangeboden (motorbike sir? tuk-tuk sir?). Terugzwaaien en vriendelijk lachen werkt het best!

Op ons gemak verkennen we de stad. Ook hier hebben we ons aankomst weer goed getimed (not). Ons visum voor China moeten we hier bij het Chineese consulaat regelen. Helaas komen we een half uur te laat (op vrijdagmiddag) en moeten we tot maandag wachten! 'Gelukkig' kan het later die week snel geregeld worden als we maar extra dollars ophoesten om de ambtelijke molen sneller te laten werken (grom).

We bezoeken het mausoleum van Ho Chi Minh, liefkozend 'Uncle Ho' genoemd door veel Vietnamezen. We kijken onze ogen uit naar al het protocol en uiterlijk vertoon. Het mausoleum is streng bewaakt met iedere 5 meter een erewacht in smetteloos wit kostuum. Binnen in het mausoleum wordt iedereen tot stilte gemaand en schuifelen we langs de kist waar Ho in ligt opgebaard! Vooral de Vietnamen zijn behoorlijk onder de indruk. Ho Chi Minh is DE nationale held hier, dat blijkt vooral als we het naastgelegen museum bezoeken. Zonder hem zou Vietnam nergens zijn, zowel nationaal als internationaal.

Phnom Pehn...Bangkok.....Hanoi

Veranderlijk als we zijn hebben we besloten dat we toch nog ongeveer een week in Vietnam willen doorbrengen. Na een aantal opties te hebben afgewogen (over land naar Saigon, met de bus naar het noorden, met de trein enz.) kiezen we de 'makkelijkste': vliegen vanaf Phnom Pehn naar Bangkok en vanaf daar naar Hanoi. Met onze vrienden van Air Asia gaat dat redelijk goedkoop en makkelijk via internet.

We nemen maar op de koop toe dat we rond 10:00 in Bangkok landen en dat onze vlucht naar Hanoi pas om 19:00 gaat. Dat betekent de hele dag op het vliegveld rondhangen, veel koffie drinken en 'alle' Tax Free shops bezoeken. Als onze vlucht dan ook nog vertraging heeft en pas om 21:00 vertrekt zijn we behoorlijk gaar.

In Hanoi nemen we een taxi naar de stad. Onze chauffeur lijkt wel dronken of is stekeblind: hij rijdt over de snelweg continu met groot licht, zwiert om fietsers en brommers heen en trekt steeds hard op om daarna weer (zonder reden) stevig af te remmen. Als we Hanoi naderen en we de naam van ons hotel noemen waar we heen willen doet hij net alsof hij het niet begrijpt en de straat niet kan vinden. Erg vreemd, deze straat ligt in het centrum en is erg bekend met hotels en restaurantjes. We voelen al wat hij van plan is en ja hoor, we stoppen bij een ander hotel waar hij ons wil afzetten (en veel commissie voor krijgt). Daar trappen we niet in, we blijven zitten en zeggen dat hij geen cent krijgt als hij ons niet naar ons 'eigen' hotel brengt. Dat laatste helpt, opeens komt zijn topografische kennis weer bovendrijven en arriveren we moe in ons gekozen hotel!

woensdag, juni 21, 2006

Kampot....Bokor Hill en Krab eten in Kep!

Jan zwaait ons uit als we vertrekken naar Kampot. Vanaf hier willen we Bokor Hill station bezoeken en het badplaatsje Kep. We zullen Jan echter nog een keer zien: doordat Paul zijn rijbewijs bij hem in de kluis laat liggen, zijn we later 'gedwongen' terug te gaan en nog maar een dagje zwembad te doen. Dom, dom, dom (hihi).

Bokor Hill Station is een verlaten 'dorpje/ stadje' uit de Franse tijd. Het ligt op een heuvel met prachtig uitzicht over de zee en de omgeving. Vanwege strategische redenen en om er een luxe hotel/casino neer te zetten hebben de Fransen tijdens de koloniale tijd dit bergtopje bereikbaar gemaakt. Door de tijd heen is het verlaten geweest en weer herbouwd. De laatste keer is het tijdens het Pol Pot regime gebruikt als slagveld met de Vietnamezen. De restanten van met name het oude hotel doen spookachtig aan en trekken dagelijks een handjevol toeristen.

Wij wagen de tocht naar boven die behoorlijk afzien is. Hobbelend en schudden over een weg met gaten en kuilen achterin een pickup truck. En dat 2 uur lang! Gelukkig is het de moeite waard. Vooral de lunch in de ruineresten van het hotel is apart en erg lekker. Onze gids weet nog wat spookverhalen te vertellen; wij lachen erom maar hij gelooft er heilig in!

De afsluiting van de dag is een boottochtje terug naar Kampot. Als we bij de boot arriveren komt er net een slang de oever op geschoten, achter een kikker aan! Voor onze ogen weet de slang deze te pakken te krijgen en zien we hoe hij deze probeert op te eten. Wauw, net alsof we naar Discovery kijken.

De volgende dag huren we een brommertje en crossen we naar Kep. Dit was in de jaren 50/60 een mondaine badplaats met kolossale Franse villa's. Nu resten alleen de overblijfselen en zijn er plannen om het plaatsje weer nieuw leven in te blazen. Als we Kep binnenrijden blijkt weer dat het laagseizoen is. Van alle kanten worden we belaagd door mensen die willen dat we bij hun wat komen eten. We rijden nog maar een stukje verder en kiezen twee ligstoelen aan de boulevard.
Hier lezen we wat en kletsen met een Cambodjaanse familie die op krab en garnalen aan het knabbelen zijn. Dat willen wij ook wel! Met wat handgebaren maken we duidelijk wat we willen, dingen een paar dollar af en zitten even later heerlijk verse krab te eten en smullen van garnalen. We krijgen wat uitleg over hoe de krab met de hand te slachten en het vlees uit de schaal te peuteren. Heerlijk!