zondag, mei 28, 2006

Vang Vieng.....Karstgebergte en Friends

Vang Vieng is een 'must do'op de backpackers route. Of je van noord naar zuid reist of v.v., je komt er eigenlijk ook altijd langs. Helaas heeft dit z'n impact gehad op dit dorpje. Ooit heeft een Lao ontdekt dat het leuk is om in je cafe oude afleveringen van Friends te herhalen. Nog leuker is het om een hoop kussens neer te leggen en het volume van de tv flink op te krikken. Nog nix mis mee, totdat alle andere cafes/ restaurants dit ook ontdekten en dit massaal door de backpackers werd omarmd. Dit betekent de halve dag Friends-gebler door de straten en backpackers met glazige ogen voor de tv. Je moet er maar van houden!

Gelukkig biedt de omgeving veel moois. Onderweg met de bus rijden we al door een prachtige omgeving van bergen en groene dalen. Ons Guesthouse kijkt uit op een mooi bergmassief en tevreden zitten we op ons balkonnetje. Onder ons stroomt de rivier door en komen de backpackers (die geen Friends zitten te kijken) voorbij 'tuben'. Tuben is jezelf laten droppen met een tractorband 3 km stroomopwaarts en je vervolgens stroomafwaarts laten drijven. Onderweg wordt je binnengehengeld door allerlei 'strandcafes' en kun je een biertje drinken of jezelf aan een touw de rivier in slingeren.

Wij kiezen voor de Kayak variant en gaan met een aantal lotgenoten op pad. 's Ochtends gaan we eerst op een rubberband een ondergrondse rivier op die door een grot loopt. Met een zaklamp op je kop (en een prikkende accu in je zij) is dat best spannend en leuk.

Daarna moeten we aan de slag met de peddels en is het de bedoeling dat je synchroon met je kayakpartner peddelt. Dikke pret dus, kayaken valt daarmee in de categorie 'samen behangen'.......
Later eten we gezellig met een zwitsers stel die bewondering uitspreekt voor hoe rustig en beheerst wij samen peddelden. Zij hadden immers steeds 'ruzie'. We barsten uit in lachen, omdat wij hetzelfde van hun dachten (en continu woorden hadden: 'Ja jij zou toch sturen of niet?!' etc.)

Luang Prabang...Fietsen en Mick Jagger

We vinden het tijd om de luie lichamen weer eens in beweging te brengen. Met 35 graden ga je dan dus een fiets huren. 's Ochtends op tijd op staan, voor een dollar een fiets mee en op pad! Oorspronkelijk wilden we naar een dorpje gaan waar ze allerlei textiel maken. Jammer genoeg kunnen we het niet vinden, ondanks de uitleg van de Lao (go left en dan naar rechts wijzen). Ook de ANWB bordjes ontbreken dus we fietsen maar wat rond.

Na een stukje over een onverhard pad komen we bij een dorpje aan waar we worden ontvangen met een oorverdovend Sabaidee!! van een stel kinderen. Maar even een colaatje drinken dus. Om een uurtje of 12 vinden we dat we wel weer genoeg hebben gedaan. Tijd voor ontspanning! Vlak bij ons Guesthouse zit een Massage Salon, waar we ons weer lekker laten kneden. Niet zo lekker als in Thailand (zie Chang Mai) maar toch..... De dames in de salon moeten lachen om ons: door een misverstandje onderling laat Paul zich 90 minuten masseren en Wendy 60 minuten :).

Die dag gunst het van de geruchten: Mick Jagger zou gesignaleerd zijn in Luang Prabang. We weten het niet zeker, maar als we twee keer op die dag een paar dure auto's voorbij zien stuiven met politiebegeleiding geloven we het maar. Iemand had hem zelfs doodleuk op de nachtmarkt zien rondstruinen! Stel je voor, Mick die afdingt op een mooi sjaaltje voor z'n meisje.....

zaterdag, mei 27, 2006

Met de slowwwwwboat naar Luang Prabang

Volgens de Lonely Planet kunnen we met een boot binnen twee dagen de Mekong afzakken naar Luang Prabang. Dat lijkt ons wel wat, een romantische riviercruise met een overnachting in Pakbeng. Weer is niets minder waar :) Onze kontjes worden twee dagen lang geteisterd door spartaans harde houten banken. Dag 1: 6 uur lang, Dag 2: 9 (!) uur lang. Als pakvee zitten we, met name de tweede dag, opgestapeld in een houten boot. Het uitzicht was erg mooi, het afzien was groot.... Gelukkig is er voldoende Lao Beer aan boord om de pijn te verzachten en na een paar uur lijkt het alsof we op een varende bar zitten.

In Pakbeng slapen we een nacht in een guesthouse waar de helft van het personeel stoned is, of in ieder geval erg vrolijk en relaxed. 'I want to pay 300 Baht, not 350 Baht for my room', vraag ik aan de jongen achter de receptie, 'Ok, no problem', lacht ie met glazige ogen. Later op de avond gaat onze TL in de kamer kapot. 'Just a minute' roept dezelfde jongen. We verwachten een nieuwe TL, maar hij komt breeduit lachend met twee kaarsjes terug. 'Goodnight!' :)

Na dag 2 met de slowboat komen we aan in Luang Prabang. Hier kan het vijfde guesthouse waar we binnen stappen ons pas bekoren en wassen we de vermoeidheid en stof van ons af. Hier gaan we ons wel vermaken zien we. Een leuk stadje met frans koloniale gebouwen, prima restaurantjes en palmbomen aan de Mekong. Het doet allemaal Zuideuropeaans/ mediteraans aan en dat bevalt ons wel!

Op naar Laos!

Vanuit Chiang Rai gaat er een lokale bus naar de grens met Laos, althans naar een dorpje waar we de Mekong kunnen oversteken. Volgens onze chauffeur doet deze bus er 2,5 uur over, niets blijkt minder waar.....Tergend langzaam schuifelt de roestbak op wielen over de 'snelweg'. Bij ieder dorp moet er wel een pakket worden bezorgd, uhhh uit de bus worden gegooid. Sommige pakketten (grote dozen) blijven midden op de weg liggen en we vragen ons af wat er in zit.

Als we denken er bijna te zijn, zien we dat we halverwege zijn! Samen met nog twee reizigers slaken we een diepe zucht en verdiepen ons maar weer in ons Laos boek. Na bijna 5 uur rijden komen we aan bij de grens. Hier kunnen we eenvoudig Thailand verlaten en worden we met een bootje overgezet naar Houxay. Hier betalen we $ 30 p.p. voor een visum en $ 2 weekendtoeslag (smeergeld). Met weer twee nieuwe stempeltjes lopen we vol verwachting het dorpje in om een hotel te zoeken. Het Laos avontuur kan beginnen!

maandag, mei 15, 2006

Chiang Rai.....PP: 'Paul Pickup'



Chiang Rai vinden we eigenlijk veel leuker dan de 'Mai' versie: wat kleiner, iets minder toeristen en gewoon wat meer sfeer. We hebben zin om zelf wat rond te toeren en doen dit zoals 95% van de Thai: met een pickup truck. Waarschijnlijk is Thailand na de VS het landmet de meeste pickup trucks, ongelovelijk hoeveel er hier rondrijden.

Na de eerste onwennige kilometers na drie maanden niet gestuurd te hebben en dan ook nog eens aan de linkerkant van de weg gaat het goed. De ruitenwissers gaan wel iedere keer klapperen als we naar links of rechts willen maar dat is een kleinigheidje :) We maken een leuk ritje door de bergen (steil!) naar de 'Golden Triangle', een grensplaats bij Burma (en vlak bij Laos). Vroeger was hier de opiumteelt en handel op zijn hevigst en was het niet veilig om rond te reizen. Nu worden er sandalen en plastic tuinstoeltjes verhandelt.

Chiang Mai......Massage & Gehaktballen


Wanneer we op het vliegtuig willen stappen blijkt dat deze haar 'Maiden Voyage' heeft: het vliegtuigje dat geheel geschilderd is als 'Hummingbird' (grote vogel) maakt haar eerste vlucht! Als we vanaf de 'boarding hall' (haha) naar het vliegtuig lopen is er dan ook een complete ceremonie met traditionele dans. Meer dan de helft van de passagiers is personeel van Nok Air, feestelijk uitgedost met een corsage. We krijgen zelfs een oorkonde, getekend door de piloot!



In Chang Mai gaan we naar Hollanda Montri Guesthouse. Dit blijkt een kleine Nederlandse nederzetting in Chang Mai te zijn, compleet met vaste bewoner 'Jan'. Hij wil weten waar we vandaan komen etcetera en blijft lang door praten ook na onze signalen dat we het wel genoeg vinden :) De kaart heeft een aantal rasechte Hollandse specialiteiten: Cordon Blue, Schnitzel met patat, Patatje oorlog en.....gehaktballen! Die moeten natuurlijk besteld worden en smaken best met een koude Chang erbij!

De stad zelf kan ons niet echt bekoren. Naast een eindeloze rij reisbureautjes (of wat er voor door moet gaan) is de Night Bazar eigenlijk de enige echte attractie (voor ons). Hier slenteren we wat rond en kopen een souveniertje. Ons hoogtepunt is eigenlijk de Thaise Massage die we krijgen. In een sfeervol gebouw met airco worden onze onderbroeken van onze kont getrokken en worden we heerlijk gekneed en gemasseerd. Full Body massage betekent inderdaad (bijna) volledig gemasseerd worden.

Mae Hong Son

Na ons jungle-avontuur gaan we naar het laatste plaatsje uit de 'Mae' reeks: Mae Hong Son. De busreis er naar toe is al 'spannend' genoeg, zeker voor Wendy. Na ongeveer een uur rijden moet ze al vreselijk nodig plassen, maar de chauffeur wil of kan niet stoppen. Iedere keer roept hij dat we bijna bij een stop zijn waar een toilet is. Als het ook nog gaat hozen en het water aan alle kanten de bus binnenloopt heeft Wendy het echt zwaar......Gelukkig brengt de lunchstop verlossing en gaat ze van vreugde twee keer plassen.

We hebben onze zinnen gezet op een guesthouse bij het meer midden in het dorp. Dit meer blijkt echter een uit de kluiten gewassen vijver en het guesthouse slaan we maar over: twee matrasjes op de grond en een 'ladyboy' die Paul verleidelijk aan kijkt: nee dankje! Het valt niet mee wat te vinden, we worden ook wat kritischer nu we wat langer reizen. Uiteindelijk zien we een mooie plek iets uit de stad, een tuin met een paar bungalows. Het blijkt een echt Thais resort te zijn, ze spreken geen woord engels maar zijn wel supervriendelijk. Voor 400 Baht hebben we een grote bungalow met TV en grote badkamer en een 'balkonnetje' met kat.

In Mae Hong Son hebben we niet veel meer gedaan dan wat gegeten, rondgeslenterd en ....?? Als we rondlopen zien we een vliegtuig landen. Aha, denken wij als semi-backpackers, waarom 12 uur in de bus naar Chang Mai als het ook binnen 30 minuten kan! Nok Air kan ons brengen voor 800 Baht (16 euro) p.p. en dat kunnen we niet laten schieten. We gniffelen om de backpackers die zich naar het busstation slepen en laten ons aan het einde van de middag door het resort afzetten op het vliegveld. Ideaal!

vrijdag, mei 05, 2006

Trektocht naar Karen dorpen

Vandaag vertrekken we voor onze driedaagse tocht door de bergen en jungle in deze grensstreek met Burma. We zijn zeer nieuwsgierig naar wat ons te wachten staat, een echt programma hebben we niet gekregen van onze gids die zichzelf Mr. Abul noemt. Dit blijkt er eigenlijk ook niet te zijn, vanaf het begin af aan lijkt alles geimproviseerd en ongepland. Vlak voordat we gaan krijgen we 6,5 liter water in onze handen gedrukt, makkelijk verpakt in kleine flesjes (niet dus), onze voorraad voor drie dagen per stel. Op mijn vraag of dit wel genoeg is haalt hij een half uur later toch nog maar wat extra flesjes in de supermarkt.

Uit zijn halfgare rugzak bengelen twee witte broden en een grilletje (voor de toast). Vooruit maar, dit komt wel goed. Onze reis begint met een Song Thaw naar een dorpje bij de rivier. Vanaf daar regelt Abul een pickup truck die ons naar het beginpunt van onze eerste wandeling brengt, een bergdorpje waar we ook onze 'lunch' hebben. Hier zijn wij de attractie als we dit dorp binnenrijden. Kleine kinderen rennen achter ons aan en komen verlegen kijken. Abul maakt ons eten klaar: rijst met sardientjes uit blik. Erg simpel, maar wel smakelijk. Als we onze borden niet helemaal leeg eten gaan de kinderen er mee aan de haal. Vaak eten ze alleen wat rijst met chillies, dus dit is een traktatie voor hun!

Na een wandeling van 4 uur komen we aan in het dorpje waar we 's avonds zullen blijven. Ik vraag aan Abdul of hij hier vaak met toeristen komt. Yes, this is already the second time (!). Geen wonder dat ook hier weer met name de kinderen verlegen en soms zelfs bang komen kijken naar ons. Als ik een filmpje van ze maak en dat laat zien zijn ze door het dolle. Geweldig om mee te maken, wat staat dit ver van ons eigen comfortabele leventje verwijdert. Over (gebrek aan) comfort gesproken: douchen doe je door vanuit een roestige teil water over je heen te gieten, zitten doe je op de grond en slapen doe je op de planken vloer! Bijna alles wat we zien en wat de mensen gebruiken komt uit de jungle: het huis waarin ze wonen, de matjes waarop ze slapen, de rijst die ze zelf verbouwen, het bestek wat ze van bamboo maken enzovoort.




Koken gebeurt op een houtgestookt vuurtje in de woonkamer. Hier maakt Abul een rijst met groenten, erg smakelijk. Daarna gaat hij weg met de boodschap: I have to find the elephantmen. De wat? De olifantenman voor onze trip op de rug van een olifant de volgende dag. Leuk detail: de tocht die we maken is nog niet eerder gedaan met een olifant, zegt hij breeduit lachend. 's Avonds slapen we op de vloer en gebruiken we de dekens als matrasje. Vol van indrukken vallen we toch snel in slaap en worden we 's ochtends met wat spierpijn wakker




Na ons ontbijt komt dan eindelijk de 'Olifantenman' met ons vervoer voor de komende drie uur: twee olifanten die ooit zwaar werk deden in de houtkapindustrie. Het hele dorp komt nieuwsgierig kijken hoe die houten Klazen op de olifant klimmen. Via z'n slurf en voorhoofd lukt dit uiteindelijk. In een klein bamboo bakje op de rug van de olifant kunnen we zitten en schommelen we het dorpje uit. Onze 'bestuurder' van de olifant is een oudere man die allerlei commando's roept naar de olifant om hem in beweging te krijgen en houden. Het eerste deel van de tocht is prachtig met mooi uitzicht over het dorpje waar we hebben overnacht. Daarna wordt het steeds zwaarder en onbegaanbaar. Er is inderdaad niet eerder een olifantentocht over dit pad gehouden, wat betekent dat er flink gekapt moet worden door de berijders van de olifanten en dat de Jumbo's zelf ook nog aan de bak moeten. Af en toe wordt het pad versperd door een omgevallen boom of een groot stuk bamboe. Geen probleem als je te voet bent, nu drukken de olifanten met hun hoofd of slurf de stukken boom met veel geweld weg. En daar zit je dan met je neus op in een gammel bakje. Mijn standaardgrapje naar Wendy (Je wou toch niet-toeristisch?) wordt wel steeds meer waarheid :).

O ja, in Thailand hebben ze trouwens dezelfde grote spinnen als ze in Maleisie hebben. Het leuke is dat als je op een olifant zit, ze alleen niet meer ver weg in een boom hangen maar vlak voor je neus bengelen! Reden genoeg voor paniek en traantjes bij Wendy. Onze olifantenman begrijpt de paniek niet en lacht z'n paar tanden bloot en grijpt de spinnen nonchalant weg. Ook Adul is er niet bang van. In het volgende dorpje blijkt zelfs dat hij er een gevangen heeft en meegenomen, als snackje. We doen dat eerst af als 'toeristengrapje' totdat hij de spin even in het vuur gooit en daarna opknabbelt. Brrrr!!

Als we in dit dorp aankomen is er nog even wat consternatie. De olifant van onze mede-avonturiers gaat er opeens in galop vandoor! Gelukkig staan wij al op de grond, het ziet er best gevaarlijk uit. Met veel geschreeuw komt de olifant tot stilstand. Gelach alom weer van de Thai, alsof er niks aan de hand is. Wat blijkt: er stond een brommertje geparkeerd op zijn pad (zie foto) en daar was deze jumbo bang van. Vast en zeker een keer een nare ervaring mee gehad en dat vergeten ze nooit meer (denk aan de Rolo reclame).

De mensen in dit dorpje zijn weer erg gastvrij en aardig. Wij komen zonder bericht binnenvallen en we worden zonder problemen ontvangen. Een oud vrouwtje moet erg hard lachen om Paul als hij probeert te zitten zoals zij doet: gehurkt, voeten bij elkaar en dan je kont op de grond. Dat lukt natuurlijk niet met die slungelige lange stelten en dat vindt ze prachtig. Dat zij al minstens 50 is zal ik er maar niet bij vertellen :). Wat zijn ze hier ook weer relaxed. Ze babbelen wat met elkaar, zitten rond het vuurtje en roken een pijpje (met name de vrouwen). We zouden niet willen ruilen maar zijn wel een beetje jaloers op de zorgeloosheid die er af straalt.


Na een lunch van noodles met ei hebben we weer een aardige wandeling voor de boeg. Gelukkig gaat het grootste gedeelte bergafwaarts en is het uitzicht weer de moeite waard. Het laatste stukje worden we nog verrast door een fikse regenbui zodat we nat en vermoeid op onze bestemming aankomen: een klein dorpje van zeven huizen waar Adul voor het eerst toeristen mee naar toeneemt.
Hier is het nog simpeler: geen wc (zelfs geen hokje), geen electriciteit en we moeten slapen op een bamboe vloertje! Ook jezelf wassen is een feest: midden in het dorpje staat een slang op een stok waar water uitstroomt uit de bergen. Als we ons daar wassen hangen overal uit de ramen giechelende bewoners ons te bekijken.

's Ochtends zijn we om 4.30 voor het eerst wakker door de hanen die luid kukelen onder onze oren. Vlak daarna wordt het hele dorpje wakker en worden de keteltjes opgestookt en gaat de vlam alweer in de eerste pijpjes. We verwennen onszelf door tot 6.00 te blijven liggen en staan dan toch ook maar (gebroken) op. Het is alweer de laatste dag van onze trekking en vandaag gaan we een legerkamp bezoeken van de KNU, de rebellen die tegen het Burmese leger vechten voor het behoud van de Karen dorpen. Ik vraag Adul meerdere malen of het wel veilig is en hij lacht en zegt ofcourse, de laatste paar dagen is er al niet meer gevochten. We zijn er niet helemaal gerust op, maar onze nieuwsgierigheid overwint.
We lopen ongeveer een uur naar een rivier toe waar we door een soldaat met geweer met een bootje worden opgehaald. Voordat we het weten steken we (illegaal) de grens over met Burma en staan we in het legerkamp. Soldaten met de puistjes nog op hun gezicht sloffen rond met hun geweren over hun schouder. We vragen hoever het leger van ons vandaan is, dit blijkt maar 1 mijl te zijn. Later lezen we in de krant dat er sinds 1997 niet meer zo hevig gevochten is en dat er weer duizenden Karenmensen op de vlucht zijn. Dit lag wel een stuk onder het kamp waar we nu waren, maar toch... Na een koud colaatje verlaten we het kamp en zakken 1,5 uur de rivier af en leggen aan bij een Thais dorp, terug in de beschaving! Hier is een koude Chang en Fried Rice onze beloning, het smaakt als een koningsmaal. Nog 1,5 uur in de Song Thaw en we zijn weer terug in Mae Sariang. We zijn het er allebei over eens dat dit ons hoogtepunt van Thailand is, wat een geweldige ervaring!

Mae Sariang.......Startpunt voor een mooie trekking

Zonder al te veel te klagen: ook de reis van Mae Sot naar Mae Sariang is er weer een om niet snel te vergeten. Het gebied waar we zitten is minder toeristisch en dat is te merken. Om verder naar het noorden te reizen moeten we 6 uur lang in een Song Thaw zitten. Een wat? Song Thaw: Pickup truck met bankjes achterin voor 8 personen, maar je kunt er ook makkelijk 12 in kwijt. Een Song Thaw is nooit vol, als je denkt dat er echt niemand meer bij kan, stopt de chauffeur toch voor iemand die staat te wachten en wordt er zonder klagen weer ingeschikt.

We houden er twee dagen lang een houten kont aan over maar ook een mooie ervaring. Onderweg stappen er allerlei locals in en uit, vaak compleet met grote zakken met groenten en fruit en andere handelswaar. De reis gaat door de bergen en is erg mooi.

In Mae Sariang hebben we onze zinnen gezet op een trekking door de bergen en een bezoek aan een Karen dorp. De verhalen over deze trekkings vanuit Chang Mai en Umpang klinken erg toeristisch met bergvolken die dagelijks hun kunstjes vertonen voor de toeristen. Wij willen het niet-toeristisch en dat zullen we weten ook!

De Lonely Planet meldt kort iets over 'some guide calling himself Salawin Tours' die vanuit Mae Sariang tochten organiseert. 's Avonds vinden we hem en zijn kantoor en eigenlijk zijn we direct gecharmeerd. In zijn huiskamer/ rommelhok (yeah, I'm single, living alone) heeft hij een bureautje staan en een zelf getekende kaart van de omgeving. Hij heeft een enthousiast verhaal over zijn trektocht en we zien een aantal mooie aansprekende foto's en verslagen. We hebben geluk, morgen vertrekt hij met een Engels stel voor drie dagen. Ter plekke besluiten we mee te gaan en hij is dolgelukkig met deze opkomst! 'Thank you Buddha' roept hij, normaal heeft hij maar 1 of 2 mensen per maand, dus dit is een verdubbeling van zijn omzet :)

Mae Sot........uitstapje naar Burma

De reis naar Mae Sot lijkt kort als je op de kaart kijkt. Zo'n 150 km naar het noorden vanaf Sangkhlaburi. Helaas gaat er alleen een bochtig bergweggetje naar toe dat deels onverhard is. Ondanks verwoede pogingen een lift hier naartoe te regelen zit er maar een ding op: terug naar Bangkok en vanaf daar de nachtbus naar Mae Sot. Reisschema: Vertrek Sangkhlaburi 10.30 Aankomst Bangkok 18:00 uur, Vertrek Bangkok 22:30 uur Aankomst Mae Sot 6:30. Achteraf valt het wel mee, de nachtbus was een VIP-bus waarin we redelijk goed geslapen hebben, de reis is er niet minder lang om!

In Mae Sot verblijven we in Ban Thai Guesthouse waar we een mooie grote kamer hebben. In dit guesthouse zitten voornamelijk vrijwilligers die werkzaam zijn in een van de opvangkampen voor vluchtelingen uit Burma. Dit zijn voornamelijk mensen van de Karen-stam, een bergvolk dat in de grensstreek woont en op veel plekken wordt verjaagd door de Burmeese regering. De KNU (Karen National Union) vecht (letterlijk) tegen deze onderdrukking, wat een paar dagen later heel dichtbij blijkt (daarover later meer)!

Via de Frendship Bridge tussen Thailand en Burma steken we voor een paar uur de grens over en bezoeken we Myawadi. Voor 500 Baht p.p. krijgen we een dagvisum, nog geen 10 euro per persoon maar een kapitaal voor de mensen daar. De Thaise Douanier vraagt ons dan ook meerdere malen of we echt wel de grens over willen. Voor zoveel geld maar een paar uur rondkijken, ze snappen er niets van.

Het bezoekje is inderdaad maar van korte duur, de 'cultuurshock' is echter weer heftig. Lastig te omschrijven, maar we voelden ons echt vreemdelingen hier. Stel je voor: twee blanken met blond haar lopen door een drukke, stoffige straat. Honderden Burmezen, sommigen koud uit het binnenland of jungle, kijken hun ogen uit. Absoluut niet bedreigend, (bijna) iedereen lacht, knikt vriendelijk en is gewoon nieuwsgierig, maar toch. Weer een ervaring rijker; de sfeer, mensen, kleding etc. is weer compleet anders dan in Thailand. Hier ervaren we ook meer armoede, de mensen hebben niets of weinig. Wat een gigantisch verschil met ons kikkerlandje.....

Sangkhlaburi

Vanaf Kanchanaburi nemen we de bus richting de 'Three Pagodas Pass', een dorpje aan de grens met Burma. In de bus zien we een apart hokje waarin een monnik plaats neemt. Dit hebben we nog niet eerder gezien, als een soort minipaus reist deze monnik met ons mee.

Aan het einde van de rit verbazen we ons wat over de weg die de chauffeur rijdt. Het lijkt wel alsof hij Sangkhlaburi voorbij rijdt, zeggen we tegen elkaar. Inderdaad, als we op het eindpunt uitstappen blijkt dat we een busstop te ver zijn, tot grote hilariteit van de chauffeur, brommertaxi's en de rest van het dorp. Gelukkig kunnen we een half uurtje later met een andere bus 20 minuten terug, geen probleem dus. Tijdens dit half uurtje wachten loopt het halve dorp uit om naar die domme toeristen te kijken (stiekum gluren en veel gegiechel).

In Sangkhlaburi gaan we met twee brommertaxi's (rugzak tussen de benen van de chauffeur en hup, achterop de buddyseat) naar P Guesthouse. Hier nemen we een simpele bungalow met uitzicht op het bijgelegen meer. De twee dagen daar vullen we met 'Kolonisten van Rotterdam', biertje drinken in de zon en een bezoek aan een tegenovergelegen dorpje. Dit dorpje bereiken we door over de langste houten brug van Thailand te lopen.

Als we verder slenteren komen we in 'het arme' gedeelte waar de mensen echt simpel leven in houten huisjes. Werken op het land, rondhangen en slapen in je hangmat onder het huis lijken hier de belangrijkste bezigheden! De jeugd probeert in hun beste engels wat te roepen:'Hey You, what is your name?' Als je wat terugzegt weten ze het niet meer, maar dat doet er niet toe :).