woensdag, juni 21, 2006

Kampot....Bokor Hill en Krab eten in Kep!

Jan zwaait ons uit als we vertrekken naar Kampot. Vanaf hier willen we Bokor Hill station bezoeken en het badplaatsje Kep. We zullen Jan echter nog een keer zien: doordat Paul zijn rijbewijs bij hem in de kluis laat liggen, zijn we later 'gedwongen' terug te gaan en nog maar een dagje zwembad te doen. Dom, dom, dom (hihi).

Bokor Hill Station is een verlaten 'dorpje/ stadje' uit de Franse tijd. Het ligt op een heuvel met prachtig uitzicht over de zee en de omgeving. Vanwege strategische redenen en om er een luxe hotel/casino neer te zetten hebben de Fransen tijdens de koloniale tijd dit bergtopje bereikbaar gemaakt. Door de tijd heen is het verlaten geweest en weer herbouwd. De laatste keer is het tijdens het Pol Pot regime gebruikt als slagveld met de Vietnamezen. De restanten van met name het oude hotel doen spookachtig aan en trekken dagelijks een handjevol toeristen.

Wij wagen de tocht naar boven die behoorlijk afzien is. Hobbelend en schudden over een weg met gaten en kuilen achterin een pickup truck. En dat 2 uur lang! Gelukkig is het de moeite waard. Vooral de lunch in de ruineresten van het hotel is apart en erg lekker. Onze gids weet nog wat spookverhalen te vertellen; wij lachen erom maar hij gelooft er heilig in!

De afsluiting van de dag is een boottochtje terug naar Kampot. Als we bij de boot arriveren komt er net een slang de oever op geschoten, achter een kikker aan! Voor onze ogen weet de slang deze te pakken te krijgen en zien we hoe hij deze probeert op te eten. Wauw, net alsof we naar Discovery kijken.

De volgende dag huren we een brommertje en crossen we naar Kep. Dit was in de jaren 50/60 een mondaine badplaats met kolossale Franse villa's. Nu resten alleen de overblijfselen en zijn er plannen om het plaatsje weer nieuw leven in te blazen. Als we Kep binnenrijden blijkt weer dat het laagseizoen is. Van alle kanten worden we belaagd door mensen die willen dat we bij hun wat komen eten. We rijden nog maar een stukje verder en kiezen twee ligstoelen aan de boulevard.
Hier lezen we wat en kletsen met een Cambodjaanse familie die op krab en garnalen aan het knabbelen zijn. Dat willen wij ook wel! Met wat handgebaren maken we duidelijk wat we willen, dingen een paar dollar af en zitten even later heerlijk verse krab te eten en smullen van garnalen. We krijgen wat uitleg over hoe de krab met de hand te slachten en het vlees uit de schaal te peuteren. Heerlijk!

Sihanoukville.....Jan en Bamboo Island

We vinden het wel weer tijd voor zon, strand en relaxen. Dit kan in Sihanoukville, Cambodja's eigen 'Costa Brava'. Hier hebben we onze zinnen gezet op Orchidee Guesthouse, eigendom van een Nederlander. Dit zal (met onderbrekingen) een week lang onze thuisbasis zijn en Jan de eigenaar vindt dat wel grappig. Hij heeft een mooi Guesthouse met kamers die aan de eisen van ons westerlingen voldoen. Sinds kort heeft hij ook nog een zwembad aangelegd en dat slechts voor 10 dollar! We mogen Jan niet zo, maar voelen ons helemaal thuis.

Sihanoukville heeft verder niet zo heel veel te bieden. We maken een dagje een uitstap met een bootje naar Ream National Marine Park. Dit is eigenlijk een groot eilandengebied met mangrovebos ertussen. Hier zien we hele kolonies gigantische ooievaars rondstappen. Ook leggen we aan bij een eilandje waar een paar vissers de enige bewoners zijn. Hier lopen we naar de andere kant van het eiland en nemen een duik in de zee die voor ons gevoel wel 36 graden warm is!

Twee van onze reisgenoten van die dag hebben dezelfde plannen als wij hebben: een paar dagen naar Bamboo Island (officiele naam: Ko Russei), waar een militaire basis is gevestigd. Een bar in Sihanoukville heeft hier een stukje land/ strand gepacht en hier een paar bungalows (hutjes) neergezet. We gaan naar Bar Ru en spreken daar af dat we de volgende dag met de 'voorraadboot' mee kunnen naar het eiland. Ons tochtje daarheen wordt steeds ruwer en als we willen aanleggen breekt er een fikse storm los. De boot schudt heftig en we moeten tot aan onze schouders met de rugzak boven ons hoofd door de branding waden. Welkom op Bamboo Island!

Ons verblijf is erg relaxed en we vullen onze drie dagen met lezen, kletsen, volleyballen en lekker eten. De hutjes zijn erg basic, maar dat maakt niets uit. Paul doet een poging Angkor Wat als zandkasteel na te bouwen (haha) en Wendy heeft de zandkorrels liggen tellen. De boottocht terug is rustiger en we kloppen weer aan bij Jan!

Phnom Penh.....Killing Fields

De weg naar Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja, schijnt ooit een martelgang geweest te zijn. Vol met kuilen en gaten en chauffeurs die denken dat ze Michael Schumacher zijn. De weg is inmiddels volledig geasfalteerd, de roekeloze rijders zijn er helaas nog wel. Ook onze buschauffeur houdt van gas geven en natuurlijk moet iedereen worden ingehaald. Helaas wordt een hond het slachtoffer, maar dit kunnen we hem bijna niet kwalijk nemen. Deze beesten liggen midden op de weg of steken plotseling over.

In Phnom Penh valt ons op dat er wel erg veel dikke, blanke toeristen met mooie slanke Cambodjaanse vrouwen lopen. De sexindustrie tiert hier dan ook welig en de 'Girly bars' zijn overal te vinden. Daarnaast is het vooral druk, chaotisch en zijn er veel bedelaars. Niet zoveel als in Siem Reap, daar werden we continu belaagd door mannen op krukken die armen of benen missen. Nog steeds worden er jaarlijks mensen verminkt doordat ze op een landmijn stappen die nog niet geborgen is. Erg triest, gelukkig wordt er nog continu 'geruimd'.

Als we 's ochtends op pad gaan om het paleis te bekijken, komt er een man met een fototoestel op ons af. Hij is een 'reportage' aan het maken van een Cambodjaanse familie en die staan netjes te poseren voor het paleis. Of we er even bij willen staan voor de foto, dat vinden ze leuk. Natuurlijk doen we dat, met als voorwaarde dat wij ook een plaatje mogen schieten! Later worden we nog vaker gevraagd om op de foto te gaan, erg grappig!

Ook bezoeken we Tuol Sleng, een tot gevangenis verbouwde basisschool. Deze werd tijdens het schrikbewind van Pol Pot in de 70-er jaren gebruikt om tegenstanders van zijn regime te 'ondervragen'. Dit ging op beestachtige wijze, tot de dood erop volgt. Op een handjevol mensen na heeft niemand dit overleefd. In de gevangenis zijn schokkende foto's geexposeerd van mensen die gemarteld worden, maar ook foto's van mensen die net zijn opgepakt en waarbij de doodsangst in de ogen staat. De meeste 'verhoorkamers' zijn intact gelaten alsof ze net zijn verlaten. Compleet met versleten bedden met kettingen en de sporen van bloed nog op de grond. Heel macaber allemaal.

Vervolgens brengt een taxi ons naar de beroemde 'Killing Fields'. Hier werden de gevangen uit Tuol Sleng naar toegebracht en op gruwelijke wijze om het leven gebracht. Om kogels te sparen werden mensen gekeeld en baby's werden tegen een boom geslagen. Bijna te gruwelijk om hier neer te zetten, maar het gebeurde op grote schaal. Met kippenvel lopen we tussen de massa-graven en stapels met schedels en botten door. Niet alle graven zijn gedolven en op sommige plekken steken de versleten en half vergane kleren door de grond heen.

dinsdag, juni 20, 2006

Cambodja: Siem Reap.....Angkor Wat & Angkor Beer

Laos verlaten we met een klein beetje pijn in ons hart. We hebben het er erg naar ons zin gehad. De twijfels die we eerst hadden omdat we een beeld hadden van een arm en stoffig land zijn eigenlijk helemaal weg. Ook al was het inderdaad 'arm-en-stoffig', het land en de mensen heeft een charme die moeilijk te omschrijven is. Wij hebben beide in ieder geval in ons hart gesloten!

We vliegen van Pakse naar Siem Reap en slaan daarmee een lange en moeizame tocht over land over. De rit met de taxi vanaf het vliegveld van Siem Reap naar ons guesthouse voert ons langs gigantische hotels en nog veel meer bouwputten met nog meer hotels in aanbouw. Het is duidelijk, we zijn bij Angkor Wat gearriveerd, een van de meest indrukwekkende bouwwerken ter wereld. De grote groepen toeristen hebben dit ook al ontdekt, waarschijnlijk zal het hier binnen vijf jaar echt een gekkenhuis zijn.

Voor de leken (zoals wij ook waren voordat we het vliegveld uitstapten) even wat tempel uitleg: Angkor Wat is slechts een van de tempels die staat in een groot gebied met heel veel andere tempels en bouwwerken. Angkor (dat 'stad' betekent) Wat (=tempel) is daarvan de bekendste en meest indrukwekkende. Het is het grootste religieuze bouwwerk op aarde en de eerste keer dat wij deze zagen waren we ook echt zeer onder de indruk. Daarom heen liggen nog allerlei andere tempels en 'Angkors'. Dit waren vroeger (rond 800-1000 na chr.) eigenlijk een soort steden met een tempel als middelpunt. Iedere koning uit de Angkor periode liet binnen zo'n stad z'n eigen tempeltje of uitbreiding van een tempel maken. Uiteraard waren dit allemaal 'mannetjes' die flink wilden pronken en steeds groter en mooier wilden bouwen. Het resultaat is op veel plekken nog verrassend intact. Vooral de beeldhouwwerken in de muren en de detailistische versieringen zijn erg mooi. Tot zover al deze wijsheden.......

Aan het einde van onze eerste dag laten we ons gelijk met een 'driewieler-taxi' (gondeltje met bankjes achter een brommer) naar Bayon brengen, een tempel die een mooi uitzicht geeft op de zonsondergang over Angkor Wat. Hier is het heel druk en de mensen verdringen zich om de beste en mooiste foto te maken. Erg vermakelijk om te zien, gelukkig is het uitzicht ook wel echt de moeite waard. Hier worden we voor het eerst (en later nog veel vaker) overspoeld door kinderen die ons wat willen verkopen. 'Excuse me, you buy from me ?', 'Hello Lady, you buy book, special price for you' enzovoort. We hebben zo onze bedenkingen over deze 'kinderarbeid' maar sommige zijn erg gewiekst en grappig. Op ons antwoord 'No we don't want to buy one' zegt er een 'ok, then you buy two?'.

Een van de tempels, Wat Phom, is gebruikt tijdens een van de Lara Croft Tomb Raider films met Angelina Jolie. Naast dit weetje vinden we deze tempel ook erg apart omdat dit de enige tempel is die niet gerestaureerd is. Dit is bewust gedaan om te laten zien hoe de elementen en de tand des tijds (ahum) de bouwwerken aantasten. Vooral de wortels van de bomen die door en om de muren en daken zijn gegroeid leveren dan mooie plaatjes op!

De volgende drie dagen besteden we volledig aan het bezoeken van de tempels en bouwwerken. Dit gaat met een '3-dagen-pas' voor $ 40 die overal door ijverige controleurs in het gebied wordt gecontroleerd. De eerste dag leggen we nog grotendeels lopend af, daarna laten we ons rondrijden door de driewieler-taxis. Op de laatste dag zitten we voor een tempel bijna 1,5 uur te hobbelen en te schudden. 's Avonds zijn we dan ook bekaf en tempel-moe. Onze tip voor de baas van Angkor Wat zou dan ook zijn om een rustdag te kunnen nemen!

Terug naar Pakse...samen met de vis!

Vanaf Don Khon moeten we weer terug 'omhoog' naar Pakse om daar onze vlucht naar Siem Reap in Cambodja te nemen. We hebben een vlucht met Lao Airlines waar de wildste verhalen de rondte over doen. Achteraf valt dit allemaal erg mee....

De enige manier om weer in Pakse te komen blijkt een Song Thaew (pickup truck met bankjes). Deze vertrekt van de markt op het vasteland en dit is geen goed nieuws! Onze ervaring leert dat onze medepassagiers meestal flink inkopen doen en deze op het dak en in de 'passagiersruimte' mee nemen. Vandaag blijkt dit vis te zijn en deze wordt in grote hoeveelheden meegenomen in emmers en mandjes. Stel je voor: drie uur lang hobbelen met 100 paar vissen-oogjes die je aan staren! Gelukkig zijn we inmiddels al wat gewend en is het eigenlijk wel grappig.

Tegenover ons zit een oude vrouw die helemaal in het wit is gekleed. Ze blijkt stokdoof te zijn en haar man schreeuwt af en toe wat in haar oor. Na een paar sigaretten gaat ze aan een lokale lekkernij beginnen, een blad van een plant met daarin gemalen nootjes en wat andere vage kruiden. Hier kan urenlang op worden gekauwd en dit levert prachtige rode fluimen op die ongegeneerd naar buiten worden gespuugt. Naast de rode fluimen is deze delicatesse ook erg slecht voor de tanden; alle vrouwen van boven de 40 hebben dan ook alleen nog maar rood-zwarte stompjes in hun mond zitten.

Als Wendy tijdens een korte stop even naar de WC moet en dus over alle marktwaar heen moet klauteren stoot ze een teil met vissen om! Dit wordt haar niet in dank afgenomen door een paar vrouwen die daar zitten, die worden getrakteerd op een voetenbad van vissensap. Na wat boze blikken besluit een vrouw om maar even een rondje door een klein slootje te lopen en zo haar voeten te wassen. We vragen ons af wat nu smeriger is!

's Avonds in Pakse komen we een Nederlandse jongen tegen die ook in de pickup zat. Hij blijkt nog een extra souvenier van de rit over gehouden te hebben: zijn rugzak lag op het dak naast een lekkende zak met vis....het resultaat laat zich raden!

Don Khon......Drijvende bungalow en dolfijnen

Na de tempels in Champasak gaan we naar de '4000 Islands' in het zuiden van Laos. Hier is de Mekong op z'n breedst en liggen er 1000-en eilandjes in de rivier, varierend van uit de kluiten gewassen graspollen tot bewoonde paradijsjes. Een van die laatste gaan we bezoeken, Don Khon die via een brug is verbonden met Don Det. Op Don Det is het wat drukker en bestaat de accomodatie vooral uit $ 1 bungalows, Don Khon spreekt ons meer aan. Hier is wat meer keus en spreekt de Lonely Planet van een echtere 'Lao Experience'.

Na met een bootje te zijn overgezet vanaf het vasteland hebben we al snel ons oog laten vallen op een paar drijvende bungalows. Deze zien er erg mooi uit, drijvend op de Mekong en met een klein balkonnetje/ terrasje direct aan het water. Ook van binnen is het de moeite waard en we gaan hier maar eens een paar dagen vertoeven!



Een wandelingetje over het eiland levert mooie plaatjes op, met rijstvelden en buffels. De kinderen doen een spelletje wat verdacht veel op hink-stap-sprong lijkt (waarschijnlijk van een toerist geleerd). Verder bestaat onze dag uit lekker rondhangen, lezen op het balkonnetje en vooral ook nix doen. Het is wel weer erg warm, er is maar een paar uur electriciteit per dag dus vooral 's nachts is het flink zweten zonder ventilator. Toch knap hoe de mensen ook zonder prik uit het stopcontact heerlijke maaltijden weten te maken en koude biertjes hebben!

Als we op een dag allebei heel vroeg (6:00) klaar wakker zijn besluiten we op te staan en naar de zuidpunt van het eiland te lopen. Hier kun je 's ochtends vroeg de zeldzame Irrawady dolfijnen zien. We moeten eerst 5 kilometer via een oude spoorlijn lopen en komen dan bij een oud laad-en-los dok aan. Hier turen we over het water maar zien natuurlijk niets. Dan komt er een mannetje aangelopen die 'Dolphins, dolphins ?' roept en (toevallig) een vissersbootje heeft. Voor een paar dollar brengt hij ons naar een paar rotsen een kilometer verder in het water. Hier worden we gedropt en gaat het getuur verder. Als we bijna de moed opgeven wijst onze 'gids' in de verte en zien we inderdaad de ruggen en vinnen van een paar dolfijnen die uit het water komen. Helaas niet heel dichtbij, maar toch een apart gezicht in deze omgeving!

zaterdag, juni 10, 2006

Champasak.....fietsen naar de tempels

Na weer een 'interessante' busreis met een jongetje die bijna over Paul zijn voeten heen kotst steken we met een pont de Mekong over. Deze veerpont bestaat uit twee aan elkaar gelaste schuiten met een aantal balken erover. Sterk genoeg dus voor negen auto's en twee backpackers! In Nederland zou je nooit op zoiets stappen, hier wel en gaat het eigenlijk ook altijd goed. Aan de overkant worden we opgewcht door een breeduit lachende Laotiaan die een Guesthouse heeft en ons een gratis lift wil geven. Gratis vinden we altijd wel goed en de kamer bevalt ons.

In Champasak bevinden zich een aantal tempels uit het 'Angkor' tijdperk, een voorproefje op wat ons in Cambodja te wachten staat. We gaan er met de fiets heen en na een hoop gezwaai naar de mensen onderweg bekijken we deze oude stenen tempels, of beter de overblijfselen ervan. Met aan de ene kant rijstvelden en aan de andere kant groene, groene bergen ziet het er erg mooi en indrukwekkend uit. Het valt ons sowieso op hoe groen het is in Laos: de rijstvelden, bossen, bergen en bomen.

Sekong.....Stof, regen, zand en kakkerlakken

Na de watervallen en natuur vinden we het tijd om wat verder het binnenland in te gaan en 'op zoek te gaan naar het echte Laos'. We posteren ons 's ochtends langs de weg van Tad Fane naar Sekong en al snel (nou ja, snel) komt er een lokale bus aangekropen. Over het vervoer per bus moeten we toch even wat meer vertellen:

De bussen die we tot nu toe hebben genomen varieerden van luxe touringcar tot oude rammelbak. Echter, in Zuid Laos hebben we toch wel de meest oude museum-exemplaren gezien. Zeker de lokale bussen waar de Lao zelf mee reizen zijn een ervaring op zich. Erg leuk ook als je je heen zet over stof, modder, etensresten op de vloer en weinig ruimte. De bus naar Sekong staat toch zeker wel op nr 1 tot nu toe.

Onze tassen worden achterin gegooid en dan mogen we de stampvolle bus inkruipen. Bussen worden namelijk vooral gebruikt om je spullen mee te vervoeren en dat kan werkelijk alles zijn. Het gangpad ligt vol met dakplaten/ bouwmateriaal, waardoor de vloer tot leuninghoogte is opgehoogd. Naast onze voeten ligt een berg ananassen en verder overal grote zakken met rijst, etenswaren en andere dubieuze zaken. Ook het dak van de bus is met drie meter verhoogd en aan de achterkant hangt een kolossale koelkast.

Langzaam kruipt deze bus de helling op en binnen is het een gezellige bedoeling. Iedereen klets met elkaar en de chauffeur en uiteraard zijn wij weer een bezienswaardigheid. Vooral het beenhaar van Paul schijnt bijzonder te zijn, hier zit een oud mannetje steeds aan te plukken en lacht onderwijl een tand bloot. Na een stop heeft een vrouw een plastic zak met wat op een paar bolletjes vacht lijkt. Dan zien we dat hier een paar eekhoorns in zitten die even daarvoor nog levend aan een touwtje op de markt hingen. Na nog wat stuiptrekkingen zijn deze gestikt en zullen deze beestjes 's avonds wel ergens op tafel verschijnen. Nadat we tijdens een andere tussenstop andere lekkernijen voorbij zien komen, zoals gefrituurde krekels en kevers op een sateprikker, besluiten we voorlopig maar even vegetarier te worden.....

Over Sekong zelf valt niet zo heel veel te vertellen. Alleen dat het ook hier weer erg arm, simpel en stoffig is, maar de mensen zijn weer erg aardig en hartelijk. Paul speelt nog een partijtje badminton met een paar meisjes en een van hen vertelt aan Wendy waarom wij zo blank zijn: It's cold in Holland, that's why you're so white. We moeten er erg om lachen. Helaas hebben we hier de slechtste kamer tot nu toe. Een vieze kamer met smoezelige lakens en tot twee keer toe een kakkerlakkenjacht....Geen aanrader dus.

We proberen met een gehuurd brommertje naar een waterval te rijden. Helaas is het regenseizoen toch wel echt begonnen en worden we onderweg overvallen door gigantisch noodweer. De weg naar de waterval blijkt onbegaanbaar en we keren maar weer om. We stoppen even bij een soort kraampje/winkeltje/huisje om wat te drinken. Gelijk komen van alle kanten de mensen aan gelopen om dat allemaal eens te bekijken en we weten duidelijk te maken dat we probeerden een modderpad te bedwingen op een brommertje met gladde banden. Onze moed wordt beloond met een film die in de dvd speler wordt gestopt, speciaal voor ons lijkt het. Als er een stukje Engels wordt gesproken in de film kijkt iedereen onze kant op en lacht, zo van: leuk he, jullie taal!

Gelukkig zit er tegenover ons hotel een leuk 'restaurantje' met een aardig meisje die een beetje Engels spreekt. Hier eten we nagenoeg alle dagen en ze kan een lekker potje koken. Niet alleen lekker, maar zeker ook vers! Iedere keer als we wat bestellen loopt ze niet de keuken in, maar stapt ze eerst op haar brommertje om eieren, brood of deeg te halen!

zondag, juni 04, 2006

Tad Fane.....Watervallen en Ray Charles

Met de nachtbus gaan we van Vientiane naar Pakse. Ondanks dat we op het busstation denken een luxe bus te hebben uitgezocht zien we 5 minuten voor vertrek een 'echte' luxe bus naast ons staan met veeeel meer beenruimte. Shit, dat zal een lange nacht worden. Gelukkig is de achterbank van de bus leeg (in een onbewaakt ogenblik, het blijkt eigenlijk de slaapplek van een 'bushelpertje') en pikt Paul die snel in, zodat we beiden een redelijk ruim slaapplekje hebben.

Ons reisdoel is uiteindelijk Tad Fane, de twee grootste watervallen van Laos. We hebben gelezen over een resort met bungalows die uitkijken op deze watervallen. Vanuit Pakse gaan we hier naar toe met twee britse backpackers. We hopen dat er plek is, maar bij aankomst (6.00 uur 's ochtends) blijken we de enige gasten. De receptionist wordt uit z'n bed getrommeld en we krijgen de beste twee bungalows die recht uitkijken op de twee Tads. Een schitterend gezicht, ze vallen meer dan 200 mtr naar beneden met een luid geraas.

Na een hazenslaapje onder de dekens (!, het is hier een stuk koeler omdat het zo hoog ligt) besluiten we zelf naar de top van de waterval (proberen) te lopen. Het resort heeft een 'gids' maar die vraagt teveel geld naar ons idee en doet een beetje vaag over wat we dan gaan zien. Dus zelf maar op pad! Onderweg komen we langs een grappige lokale koffieboer. We mogen daar een kopje versgebrande Lao koffie proeven en kopen een zak koffiebonen. Hij spreekt geen woord engels maar lult de oren van onze kop. We noemen hem maar Ray (naar Ray Charles, zelfde kop en zonnebril) en we lachen en proberen met steenkolen Laos wat terug te zeggen.

Dan moeten we met hem meelopen naar een stukje land achter zijn boerderij. Glimmend van trots laat 'ie hier een paar piramidevormige hutjes zien die hij heeft gebouwd. Van buiten ziet het er erg simpel uit, maar hij heeft er echt wat van gemaakt: een keurig badkamertje en een klein balkonnetje/ veranda. Dan trekt hij aan onze arm en begint nog meer te glimmen: met een druk op een knopje gaat er zelfs een (design)lampje branden! Voor $4 mag je bij hem logeren, we beloven hem de volgende keer als we bij hem in de buurt zijn dit te doen :).

We vervolgen onze tocht en komen eerst bij een andere waterval: Tad Yuang. Deze is minder hoog, maar toch ook erg mooi. Hier zijn een paar Laos-jongetjes aan het zwemmen en ze sloven zich flink uit voor ons. Later leren we ze hoe ze op hun vingers kunnen fluiten en ze lopen nog een eind achter ons aan. Het schijnt mogelijk te zijn vanaf deze waterval naar de top van Tad Fane te klimmen. We zien een paadje lopen en besluiten dat maar te volgen. Onderweg zien we een paar locals die op het land werken en die vinden het wel grappig dat wij daar lopen. Plotseling komt er een mannetje met een kapmes uit de bosjes. We roepen 'Tad Fane, Tad Fane' en hij wenkt dat we hem moeten volgen. Uiteindelijk neemt ie ons helemaal mee, dwars door de struiken en langs een glibberig steil paadje. Dan staan we op de top van de waterval. Een fantastisch gezicht, het water stort hier recht naar beneden. We kunnen tot aan het randje lopen en met trillende knietjes kijken we de afgrond in. Echt heel indrukwekkend!

Vientiane....lekker stukje vlees!

Vientiane is de hoofdstad van Laos. Dit betekent eigenlijk de gebruikelijke chaos en wanorde, maar dan op wat grotere schaal. Na wat zoeken vinden we hier een perfect hotel/ guesthouse. Mooie kamer, alles netjes, airco, tv etc. En dat voor maar $ 15, we zijn helemaal blij. Klinkt misschien raar, maar na wat langer reizen stellen we toch wat meer eisen aan de accomodatie. Alhoewel 'eisen': schone kamer en schone lakens zijn in Laos soms al lastig te vinden....

We hebben onze aankomst hier weer perfect gepland (not): we willen ons visa voor Laos verlengen en eventueel dat van Cambodja al regelen. Lastig als je op zaterdag aankomt en de ambassade/ immigratie pas op maandag weer open gaat. Dan maar wat extra dagen in onze 'suite'. Omdat het zaterdag is verwennen we ons ook maar op een goed restaurant, Cote D'azur. Inderdaad, franse keuken, dus dat betekent een subliem stuk vlees met een lekkere rode wijn. We zijn helemaal gelukkig in Vientiane!

De stad heeft zelf niet heel veel te bieden. Wel hebben ze een soort Arc de Triomphe, alleen wat kleiner en minder indrukwekkend. De Laotianen zijn er zelf ook niet zo tevreden over, dit is wat ze zelf op een bordje hebben gezet bij deze betonkolos: 'Geschonken door bla bla is deze triomfboog een symbool van bla bla.... Hoe dichterbij je komt hoe minder mooi en indrukwekkend deze is, eigenlijk alleen maar een groot stuk beton'
Prima stukje stadsmarketing, erg vermakelijk. Wel eten we echt Laotiaans in een leuk restaurant daar in de buurt.

Op maandag regelen we 's ochtends vroeg onze verlenging van onze visa. Bij aankomst in Laos hebben we een 15 dagen visum gekregen en dat gaan we niet redden! We hopen de stempel in ons paspoort direct te krijgen maar dat gaat natuurlijk niet.... Eerst moet het de molen in en door minimaal 5 mensen gezien en getekend worden. We mogen blij zijn als we het einde van de ochtend krijgen! Hierdoor kunnen we ons visum voor Cambodja niet meer regelen bij de ambassade. Het schijnt tegenwoordig ook aan de grens te kunnen (Voen Kahm) maar daar hebben we wat spookverhalen over gehoord. Ook de reis over land naar Siem Reap gaat over slechte wegen en duurt lang dus.....maar weer eens vliegen! Vanuit Pakse (Zuid Laos) gaat er een vlucht naar Siem Reap met Lao Airlines. Die boeken we alvast voor 26 mei.